Sociale&fiscale belastbaarheid

Fiscale belastbaarheid Mobiliteitsvergoeding

De mobiliteitsvergoeding is in principe voor 50% als een belastbaarheid aan te merken. Het vrijgestelde gedeelte dat geacht wordt overeen te stemmen met de bedrijfsuitgaven die aan de werkgever eigen zijn, mag evenwel niet lager liggen dan € 12,39 per effectief gepresteerde maand. Elke fractie van een maand wordt als een volledige maand beschouwd.

Het voorbeeld dat in de volgende tabel opgenomen wordt, verduidelijkt de fiscale belastbaarheid:

VergoedingBelastbaar gedeelteNiet belastbaar gedeelte
Maart€ 30,00€ 15,00€ 15,00
April€ 24,78€ 12,39€ 12,39
Mei€ 20,00€ 7,61€ 12,39

 

Fiscale belastbaarheid verplaatsingsvergoeding

De verplaatsingsvergoeding is geheel of gedeeltelijk van belastingen vrijgesteld als de werknemer zijn werkelijke beroepskosten niet bewijst, maar kiest voor de toepassing van de forfaitaire beroepskosten. Het bedrag van de vrijstelling hangt af van het gebruikte vervoermiddel:

  • gebeurt het vervoer met het gemeenschappelijk openbaar vervoer (trein, bus, metro, …) dan zal het volledige bedrag dat de werkgever betaalt of terugbetaalt, vrijgesteld zijn van belastingen. De werknemer moet dit wel aan de hand van een attest van de maatschappij voor openbaar gemeenschappelijk vervoer bewijzen;
  • wanneer de werkgever of een groep van werkgevers een gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden organiseert, dan zal de vergoeding van de werkgever vrijgesteld zijn voor een bedrag dat maximaal gelijk is aan de prijs van een treinabonnement eerste klasse voor de afstand die de werknemer met dat gemeenschappelijk vervoer moet afleggen;
  • gebeurt het vervoer met een ander vervoermiddel, dan wordt de vrijstelling beperkt tot een geïndexeerd bedrag van € 370 per jaar* (€ 250 niet geïndexeerd) (grens geldig voor de inkomsten in 2012 – aanslagjaar 2013).

Wanneer een werknemer voor het woon-werkverkeer gebruik maakt van een combinatie van de verschillende vervoerswijzen dan moet de vrijgestelde vergoeding per vervoerswijze worden bepaald. Wanneer iemand thuis vertrekt met de eigen auto naar het station, verder reist met de trein en dan nog gebruik maakt van gemeenschappelijk vervoer voor het traject tot het bedrijf dan ziet de regeling er als volgt uit:

  • de vergoeding voor het eerste stuk is tot maximum € 370 vrijgesteld;
  • de terugbetaling van het abonnement is volledig vrijgesteld
  • de eventuele vergoeding voor het gemeenschappelijk vervoer is vrijgesteld tot maximum de kostprijs van een treinabonnement eerste klasse voor diezelfde afstand.

Sociale belastbaarheid

In de bouw, PC 124 wordt de verplaatsingsvergoeding beschouwd als een “terugbetaling van kosten die de werknemer maakt om zich van zijn woonplaats naar de werkplaats en terug” te begeven en is bijgevolg niet onderworpen aan RSZ-bijdragen. Deze vrijstelling is enkel van toepassing indien de toegekende verplaatsingsvergoeding niet hoger is dan de officiële barema’s.

De mobiliteitsvergoeding in de bouwsector wordt sociaal niet belast: een KB van 13 februari 2009 (B.S. 12.03.2009) bepaalt dat de mobiliteitsvergoeding in die sectoren waarin er hierover een CAO werd afgesloten, vrij is van RSZ wanneer het bedrag van € 0,1316 per werkelijk afgelegde kilometer niet wordt overschreden.

Wilt u meer informatie aanvragen over sociale en fiscale belastbaarheid en track-and-trace?

> Neem dan contact met ons op

 

* Bron: Art. 184 Programmawet (1) van 22 december 2008 (B.S. 29 december 2008).pagina 6/18