Bestelauto van de Zaak

Bijtelling en bestelauto van de zaak

Er zijn  weer een tweetal uitspraken van de fiscale rechter verschenen die gaan over de bestelauto van de zaak. Voor  bestelauto’s geldt dat er geen vaste bijtelling hoeft plaats te vinden, als die door “aard en inrichting” niet geschikt is om  privé te gebruiken. De rechter moet er vaak aan te pas komen om te beoordelen of die ene bestelauto nu wel of niet geschikt is om er privé mee te rijden.

De ene uitspraak ging over een bestelauto van normaal formaat (Mercedes Vito 109D), dus niet verhoogd en of verlengd.
De andere ging over een verlengde (6.5 mtr) en verhoogde (2,60 mtr) bestelbus.

Het beeld wat uit deze uitspraken naar voren komt is als volgt:

  • Bestelauto van normaal formaat: de vaste bijtelling (meestal 25% cataloguswaarde) is in de regel wel van toepassing. Uitzondering daarop: indien de laadruimte niet privé gebruikt kan worden door de aanwezigheid van vaste schappen en dergelijke en de passagierszitplaats een functie heeft voor het gebruik van de bestelbus, dus bijvoorbeeld dient voor de hulp bij het laden en lossen of de tweede monteur bij een installatiebedrijf.
  • Verhoogde en of verlengde bestelbus: de vaste bijtelling is vaak niet nodig, zeker als de laadruimte volgebouwd is met vaste schappen of iets dergelijks waardoor het privé gebruik belemmerd wordt. Of er naast de bestuurdersstoel nog een stoel of bankje aanwezig is voor de passagiers is dan niet relevant.

Lees ook “Extra BTW voordeel voor de oude auto van de zaak”.